Onze waardering:
Waardering 5 van 5

Caroline de Gruyter | Zondagskinderen

Caroline de Gruyter (Zwolle, 1963), studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de Universiteit van Utrecht. Ze was redacteur buitenland en chef buitenlandredactie van Elsevier Weekblad. Al sinds 1994 is zij actief voor NRC. Ze was achtereenvolgens correspondent in Gaza en Jeruzalem, Brussel, Genève en Wenen. Behalve een wekelijkse column over Europa, doet ze regelmatig interviews met prominente spelers en denkers op het Europees toneel. Zij heeft in de loop der jaren een grote kennis opgebouwd van de vooral de naoorlogse Europese geschiedenis. Van haar hand verschenen 8 boeken, waaronder Beter wordt het niet, een reis door het Habsburgse Rijk en de Europese Unie. Ook is zij medewerker van de denktank Carnegie Europe en de European Council on Foreign Relations.

 

Titel                   : Zondagskinderen

Subtitel              : Europeanen, Oorlog en Vrede

Auteur                : Caroline de Gruyter

Uitgever             : De Geus
Uitvoering         : Paperback
Eerste Druk       : 20 februari 2026

Pagina’s              : 299
Waardering        : *****

Prijs                      : 24,99

De titel Zondagskinderen maakt gelijk duidelijk wat de achilleshiel is van Europa en haar bevolking. De meeste Europeanen leven al ruim tachtig jaar in vrede en een groeiende welvaart. Door het populisme en turbulentie op het wereldtoneel neemt de onvrede toe. Als gevolg ook de kritiek op Europa. Waar het boek Beter wordt het niet, een reis door het Habsburgse Rijk de overeenkomst van de geschiedenis van het Rijk toen en het Europa van nu laat zien, gaat CdG in dit boek vooral in op de naoorlogse ontwikkelingen. Het lijkt allemaal nogal moeizaam, maar wat de Europese landen gezamenlijk hebben bereikt mag eigenlijk best een wonder heten. Het is nog steeds een vredesproject maar vraagt om leiders in plaats van managers om onze toekomst zeker te stellen. 

 

Het boek is niet chronologisch ingedeeld maar opgebouwd aan de hand van historische gebeurtenissen, anekdotes, interviews en commentaren van insiders en vakmatige duiders. Dat maakt het niet gemakkelijk bespreekbaar, maar wel vlot leesbaar en een coherent beeldvormend. Daarom licht ik er willekeurig een aantal items uit.

 

Thérèse Delpech over oorlog 

Een van de interviews was met Thérèse Delpech (1948-2012), filosoof en defensiedeskundige. Voormalig invloedrijk kenner van internationale betrekkingen, onderzoeker aan Sciences Po in Parijs, directeur van de Franse Atoom Energie Commissie en adviseur van premier Alain Juppé. “Zij waarschuwde voor de Europese verdringingsmechanismen en heeft ook keer op keer gewaarschuwd dat ze ons zou verblinden om de volgende oorlog zelfs maar te zien aankomen. […] Delpech stelt vast de moderne Europeaan is getekend door de geschiedenis maar er tegelijkertijd niets van heeft geleerd. […] Nadenken over oorlog betekent in Europa nadenken over de destructie van je eigen continent, je eigen land, je dorp. Het roept traumatische associaties op: bezetting, heulen met de vijand, diepe kloven in de samenleving. […} Een Europeaan rijt daarmee oude, nog steeds niet goed geheelde wonden open waar hij met veel moeite pleisters overeen heeft geplakt. Ergo: hij omzeilt het. Hij verdrukt het. Hij heeft het er gewoon niet over.”

Wat betekent dat voor jongere generaties. Zij lijken redelijk betrokken bij het lot van de Palestijnen, terwijl de oorlog in Oekraïne vooral ouderen bezig lijkt te houden. Hier breekt het leiderschap van Europese politici ons op. 

 

Peter Strasser over nuancering

Een ander interview heeft een paar jaar geleden plaats met de  De Oostenrijkse filosoof Peter Strasser (1950), voormalig hoogleraar Rechtsfilosofie, Rechtssociologie en Rechtsinformatica, die zich bezig- houdt met ethiek, godsdienstfilosofie, metafysica en criminologie, in 2014 onderscheiden met de Oostenrijkse Staatsprijs voor een serie culturele beschouwingen. “Volgens hem is het kwaad inderdaad terug, maar moeten we wel uitkijken dat we het niet overdrijven. Enerzijds zijn hebzucht, haat, machtswellust, wreedheid en de ongebreidelde neiging anderen pijn te doen zeker terug van weggeweest in Europa. Al die dingen hadden jarenlang verstopt gezeten onder een dun laagje beschaving, zegt hij. [..] Anderzijds vindt hij dat Europeanen niet moeten denken dat er nu alleen nog maar kwaad is.

Met de groeiende massa-emotie (en soms zelfs massahysterie) moet je uitkijken, zegt hij. Ligt het gevaar overal op de loer? Of is dat een mythe geworden die populistische politici, massamedia en antidemocratische groepen gretig uitbuiten. Sommigen persen daar politiek kapitaal uit: gevoelens van onmacht en haat, de bereidheid om de rechtsstaat te ontmantelen. Dat is volgens mij waar we veel meer bang voor moeten zijn. 

Eigenlijk is de EU onze schuilkelder tegen egocentrische grootmachten. […] Om een gemeenschappelijke politiek te steunen moeten we kennelijk eerste aan den lijve ondervinden hoeveel je te verliezen hebt. De EU is een poging om agressieve bestanddelen van nationale staten te beteugelen door ze in een overkoepelend systeem van regels en solidariteit in te bedden. In zo’n internationaal verband gedijen nationalisme, vreemdelingenhaat en uiteindelijk nazistische impulsen minder snel. Ze gedijen wél in nationale staten.

Wat hij gematigde politici aanraadt die populisten willen verslaan: ”Correct en ordentelijk blijven.   […] In Oostenrijk viel de rechts-radicale partij van Haider uiteen toen ze in de regering zat. Het Griekse Syriza had de EU kunnen laten zien hoe je dingen aanpakt, maar verknalde het. Ook de pleibezorgesr van de Brexit vielen door de mand: zodra ze verantwoordelijkheid kregen, haakten ze af.”

Het komt ons allemaal bekend voor, de opkomst en teloorgang van FvD, inmiddels weer iets teruggekrabbeld vanwege de teleurstelling in de PVV. De opkomst van de BBB, die vervolgens weer flink inlevert door een gebrek aan daadkracht en een interne strijd om de koers. En tot slot de eclatante winst van NSC die ruim 13% van de stemmen haalt en deze bij twee jaar later weer volledig inlevert. Het pleit de middenpartijen niet vrij, maar het laat zien dat een constructieve coalitie van de grote middenpartijen meer stabiliteit kan brengen. Ook de Europese partijen in Brussel moeten beseffen dat dit de voorkeur verdient boven meebewegen met radicaal rechts.  

 

De Noordse Landen

Het zal de alerte krantenlezer niet zijn ontgaan, in Finland (NAVO-lid sinds 2023), Zweden (NAVO-lid sinds 2024), Noorwegen, Denemarken en IJsland is men er zich sinds de inval van Rusland in Oekraïne, zeer sterk van bewust dat een overwinning van Rusland niet tot een duurzame vrede met Europa zal leiden. Finland is al het best voorbereid op de mogelijkheid van een oorlog, de bevolking van Zweden en Noorwegen beter dan die van de West-Europese landen, de inspanningen en samenwerking op gebied van Defensie worden verder geïntensiveerd. Binnen de poolcirkel treden ze samen op, grenzen bestaan alleen op papier. IJsland wil dit jaar een referendum houden over een EU-lidmaatschap. Het land is lid van de NAVO zonder eigen leger, maar wil minder afhankelijk worden van Amerika, ook wordt er gesproken over een klein maar professioneel leger. De staat van paraatheid lijkt groter dan op het continent.

De Fin Janne Korhonen, werkzaam voor het Finse milieu-instituut, waarschuwde op het platform Bluesky voor de finlandisering van Europa. “Nadat hij las dat het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken vindt dat Europa de westerse beschaving verkwanselt en Amerikaanse belangen schaadt, en dat Amerika Europa weer in het gareel moet dwingen, kon hij zich niet langer inhouden. Hij trok, sec en trefzeker, een vergelijking tussen de Sovjet-Unie, die Finland tijdens de Koude Oorlog al vazalstaat behandelde, en Amerika, dat nu in zijn ogen hetzelfde doet met Europa. Finlandisering is een proces waarbij een groter, machtiger land, een soort impliciet veto bemachtigt over een kleiner zwakker land, zodat “het kleinere land min of neer “vrijwillig” zijn onafhankelijkheid en vrijheden inperkt – zoals vrijheid van meningsuiting en democratie – om de toorn van het groter land te ontlopen. De parallel lijkt extreem, maar voorbeelden te over.”

 

 

 

Lezing Porgy & Bess, Terneuzen

Op donderdag 4 juni gaf Caroline de Gruyter een lezing over haar boek als afsluiting van het seizoen 2025/2026 van Porgy College. Een dame, klein van postuur, stond een uur achter de microfoon, met slechts een A-zesje in haar hand. Daarop wat steekwoorden, waar ze een enkele keer op keek. Bedachtzaam maar zonder een moment van twijfel. Op dezelfde wijze beantwoordde zij ruim een uur lang vragen uit het publiek. De laatste zin uit de mijn inleiding is dan ook eerder een verwijzing naar haar lezing, als naar het boek.      

 

Toekomst: Wat hebben we geleerd en wat doen we ermee?

Het blijft voor de meeste Europese landen nog steeds moeilijk te begrijpen dat Amerika, het grote land dat zo’n belangrijke bijdrage heeft gehad in onze bevrijding en het Westen van een fundament voor een duurzame vrede heeft voorzien, zich nu zo vijandig opstelt. Men blijft hopen dat het na deze 47e president wel weer goed komt. Hopen in plaats van de toekomst in eigen hand nemen. Op nationaal niveau lijkt de angst om te verliezen nog steeds groter dan de wil om te winnen. En dat terwijl de steun onder de Europese bevolking voor een sterker Europa blijft groeien en inmiddels meer dan 80% bedraagt.

In het laatste hoofdstuk, de epiloog, blikt CdG vooruit en illustreert de huidige situatie met een aantal sprekende voorbeelden. Om te beginnen in 2011, de Griekse schuldencrisis, met op de achtergrond zorg over soortgelijke ontwikkelingen in Portugal en Ierland. De trojka van de Europese Commissie, het IMF en de ECB legden de nadruk op het verkopen van staatsbezit, dat o.a. door tijdsdruk voor veel te weinig werd verkocht. Hetzelfde gebeurde door de overname van en aantal andere staatsbezittingen. Door het gebrek aan strategisch besef en het belang van kritische infrastructuur, zagen de Chinezen, via de Chinese rederij Cosco, de kans schoon om een hub te creëren in de Middellandse Zee, als essentieel onderdeel van het Belt & Road Initiative. Veel projecten in het Belt & Road Initiative bleken financiële wurgcontracten (met hoge rentes), Veel van het werk werd gedaan door Chinese arbeiders in plaats van lokaal uitbesteed te worden en er werd zo veel mogelijk van Chinese materialen en werkmethodes gebruik gemaakt, die ook strijdig bleken met EU-voorschriften. Ruben Terlou liet dit fraai zien in zijn afsluitende serie in de documentaire reeks over China, met de titel De Wereld van de Chinezen, VPRO, januari/februari 2021.

Afwegingen vonden plaats op technische in plaats van strategische criteria. Pas in 2017, naar aanleiding van het rapport François Godement, China at the Gates Of Europe, dat aan de orde kwam tijdens een conferentie in Warschau van de denktank ECFR, ontstond er een bewustzijn dat dit anders moest. Dit rapport legde ook bloot dat “Chinese staats- en semi-staatsbedrijven langzaamaan in meerdere Europese landen nucleair-afvalverwerkende bedrijfjes te hebben opgekocht, waarna ze later werden gefuseerd. Het betrof meer dan de helft van deze bedrijfjes. Sinds die tijd wordt dit beter nationaal gemonitord en wordt de informatie in het Europees belang gewogen. Blijkbaar hadden we ook geen oog wat elders gebeurde, zoals na de ramp van de orkaan Katrina in New Orleans. Nederland heeft bij uitstek de expertise voor projecten als drooglegging en het herstel van waterbeheer. Maar Nederlandse bedrijven kregen geen kans, want havens behoren tot onze kritische infrastructuur.

Een scherpe analyse komt van de Franse econoom en historicus Arnaud Orain: De eindigheid van de wereld, Mateloos kapitalisme van de zeventiende eeuw tot vandaag (2025). Hij noemt drie punten van zorg van het eindigheidskapitalisme. (1) Het afsluiten en privatiseren van zeeën, waardoor het verschil tussen handel en oorlogsvloten vervaagt (Hormuz?). (2) De eliminering van de vrije markt, waarbij multilaterale handelsafspraken verdwijnen en de sterksten zich met dwang en geld monopolies toe-eigenen (VS Big Tech). (3) De vorming van imperia die bedrijven inzetten om wereldwijd nog meer grondgebied, data of mineralen naar zich toe te harken voor iemand ander het doet, desnoods met geweld (China/VS).  

 

Conclusie

Als je Wikipedia raadpleegt op het woord journalistiek krijg je o.a. de volgende definitie te zien: “Journalistiek is het verslag doen van nieuws op een neutrale en objectieve manier.” De alerte kijker/lezer weet al geruime tijd dat nieuws steeds meer gekleurd wordt de ten koste van neutraliteit en dat de feiten niet altijd even serieus worden genomen. Vooral op de (publieke) televisie lopen begrippen als verslaggeving, waarheidsvinding en duiding nogal door elkaar, waarbij vooral aan de talkshowtafels, voormalige politici ongegeneerd het beleid van hun partij blijven herhalen, vooral van regeringspartijen, wellicht toegestaan onder druk van de frequent terugkerende aankondiging van bezuinigen. Daarbij is er een partij die weliswaar zegt de plannen te steunen, maar dan toch zo nodig moet opmerken dat die kiezer wel serieus genomen moet worden, de campagne stand staat nog op scherp. De vraag is of in de complexe maatschappij waarin wij leven dit geen fnuikend effect heeft op samenwerking die wij zo hard nodig hebben. CdG combineert deze drie voornoemde waarden en helpt ons zo een reëel beeld te schetsen van de uitdagingen waarvoor wij ons gesteld zien. Daarom wil ik de conclusie eindigen in haar eigen woorden aan het eind van het boek, een rake conclusie:

 

“Dertig jaar geleden waren veel Europeanen trots op wat ze hadden bereikt. We hadden geen oorlog meer. We hadden min of meer geleerd ons in te houden, om ons te gedragen. En moet je zien: alle ging als maar beter. Ons ‘model’ werd zelfs een exportproduct. Wij zouden anderen helpen om hetzelfde te doen. Om oorlog achter zich te laten, compromissen te sluiten en verdraagzaam te zijn. Ik stond daar met mijn neus bovenop, in het uit elkaar vallende Joegoslavië is het deels gelukt: Slovenië en Kroatië zijn nu redelijk stabiel en welvarend, maar Bosnië kan nog altijd zo ontploffen. Gaza is echter op een onbeschrijflijke ramp uitgedraaid.”

Na tachtig jaar vrede zit Europa met een kater van jewelste. Ee moeten onszelf opnieuw uitvinden. Een balans vinden. Te lang hebben we gedacht dat we het kwade in onszelf hadden overwonnen. Nu denken we soms te veel dat we het goede in onszelf zijn kwijtgeraakt. Te veel vertrouwen is omgeslagen in te veel wantrouwen. Zoals Thérèse Delpech schreef: De polsslag van de tijd is veranderd, en het tempo versnelt soms zo enorm dat de twee gesprekspartners – de mens en de geschiedenis – elkaar niet meer kunnen bijhouden.

Dat komt wel weer goed. Maar we moeten oorlog en gewapend conflict weer opnieuw een plak geven in ons denken. Leuk of niet, dat is de klus waar we in Europa voor staan.”

 

In de in inleiding verwijst CdG naar een gesprek dat zij had met Pierre Heibronn, tot voor kort speciale gezant van de Franse president voor Oekraïne, die zich peinzend afvraagt: “De hamvraag voor moderne Europeanen is of ze behalve elkaars dromen ook elkaars nachtmerries kunnen delen.”

Tevens refereert ze aan aan een gedicht van Poolse Nobelpijswinnares voor de Literatuur (1996), Wisława Szymborska (1923 – 2012) uit de bundel Einde en Begin (1993), met de gelijknamige titel, In plaats van de laatste 2 delen, onderstaand het hele gedicht:

 

Na elke oorlog

moet iemand opruimen.

Min of meer netjes

wordt het tenslotte niet vanzelf

 

Iemand moet het puin

aan de kant schuiven

zodat de vrachtwagens met lijken

door kunnen rijden.

 

Iemand moet waden

door het slijk en de as

de veren van de canapés,

de splinters van glas

en de bloederige vodden.

 

Iemand moet een balk aanslepen

om de muur te stutten,

iemand het glas in het raam zetten,

de deur in de hengels tillen.

 

Fotogeniek is het niet

en het kost jaren.

Alle camera’s zijn al

naar een andere oorlog.

 

De bruggen moeten terug

en de stations opnieuw.

Van het opstropen

gaan mouwen aan flarden

 

 

Met een bezem in de hand

vertelt iemand hoe het nog was.

Iemand luistert en knikt

met een nog niet afgekletst hoofd

 

Maar om hen heen

duiken al gauw lieden op

die het begint te vervelen.

 

Soms zal iemand nog

onder een struik

doorgeroeste argumenten opgraven

en naar de vuilnishoop brengen.

 

Zij die wisten

waarom het hier ging,

moeten wijken voor hen

die weinig weten.

En minder dan weinig.

En tenslotte zo goed als niets.

 

In het gras, dat oorzaak

en gevolg overwoekert,

moet iemand liggen die

met een aar tussen zijn tanden

lui naar de wolken gaapt.

 

(Lannoo, gebonden, € 29,99, E-book € 9,99) 

 

Om me heen hoor ik vaak over Caroline de Gruyter zeggen, dat zii nogal positief is over Europa. Dat klopt, maar dat betekent niet dat ze niet kritisch is. Haar uitstekende column in NRC van zaterdag 20 juni laat dat nog eens goed zien (zie https://www.nrc.nl/nieuws/2026/06/19/waarom-europa-niet-met-poetin-moet-onderhandelen-a4930551?t=1782115702)

Lees dit boek, neem afstand van de dagelijkse hectiek en laat je leiden en inspireren door wat we hebben bereikt. Ga het gesprek aan om onze toekomst verder vorm te geven in plaats van af te breken, m.a.w. leer het echte Europa kennen. En als u weer in het stemhokje staat, denk dan niet alleen aan uw portemonnee nu, maar vooral voor de toekomst. De kosten gaan voor baten uit. En lees haar zaterdag columns in NRC. Volgens de Franse krant Le Monde “Een van de scherpste waarneemsters van de successen en tegenslagen van de Europese Unie”, daar sluit ik mij graag bij aan.

 

Frans Gzella, Vrije Gedachten, Zeeland, 19 juni 2026.

Zondagskinderen